Balsempopulier

 

Populus balsamifera (bot.)

Balsam poplar, balm of Gilead (Eng.)

Peuplier baumier (Frans)

balsam-Pappel (Duits)

 

Salicaceae – wilgenfamilie

 

De balsempopulier wordt in Nederland als park-en straatboom aangeplant. Hij hoort bij de zogenaamde Tacamahaca-groep die ca. 10 soorten populieren omvat. Hun opengaande bladknoppen verspreiden een balsemgeur.

Zij zijn inheems in het oostelijk deel van Noord-Amerika en groeien daar in gemengde bossen.

blad van de balsempopulier

 

 

Witte (of westelijke) balsempopulier

Populus trichocarpa (bot.)

Western balsam poplar, black cottonwood (Eng.)

Peuplier baumier de l’Ouest (Frans)

Westliche balsempappel (Duits)

 

Deze balsempopulier is inheems in het westelijke deel van Noord-Amerika van Alaska tot Californië. Hij wordt bij ons ook als straatboom aangeplant. Het is een snelgroeiende boom met een kegelvormige kroon die op latere leeftijd breed en rond wordt. Hij kan tot 40 m hoog worden en is de grootste populier. In zijn thuisland bereikt hij soms zelfs 60 m. De open kroon wordt gevormd door in kransen staande opgaande takken. De eerst gladde, geelgroene bast laat op latere leeftijd in kleine plaatjes los.

De takken zijn eerst gelig, later glanzend roodachtig. De opengaande bladknoppen verspreiden een balsemachtige geur.

bladeren van de witte balsempopulier

Het donkergroene blad heeft een grijsgroene onderzijde. Langs de nerven vaak roodbruin. De randen zijn fijn gezaagd.

Begin april verschijnen ṿ̣r de bladeren aan de mannelijke bomen ca. 8 cm lange katjes, die hun zaden in mei in witwollige pluizen verspreiden.

De bloemen aan de vrouwelijke bomen zijn licht groen.

Deze boom is gevoelig voor wind, vooral voor zeewind. katjes van de witte balsempopulier

 

 

 De derde soort die ik hier wil noemen is de

Siberische balsempopulier

Populus x berolinensis (bot.)

Berlin Poplar, Russian poplar (Eng.)

Peuplier de Berlin (Frans)

Berliner Lorbeer-Pappel (Duits)

Siberische balsempopulier    blad van de Siberische balsempopulier   

Deze populierensoort werd in 1865 gevonden als kruising tussen Populus laurifolia en Populus nigra ‘Italica’. Hij heeft een breed zuilvormige tot eivormige kroon en wordt 25 m hoog. De eironde tot spitsgepunte bladeren zijn glanzend donkergroen met een grijsgroene onderzijde. Afhankelijk van het weer verkleuren de bladeren in het najaar geel. Hij is vrij windbestendig.

 

Startpagina

Informatie over andere populieren

Mythologie van de populier