Doodsbeenderenboom

(Hertengeweiboom)

 

Gymnocladus diocia (bot.)

Kentucky coffeetree, American coffeebean (Eng.)

Amerikanischer Geweihbaum (Duits)

Chicot du Canada (Frans)

    herfstkleur    winterboom

Leguminosae – vlinderbloemfamilie

 

De doodsbeenderenboom is een zeldzame boom die we in Nederland meestal als solitaire parkboom vinden. Een prachtig exemplaar staat rechts van de toegangsweg van het Vispoortplein naar het 's Gravenhof in Zutphen.

Herkomst

De doodsbeenderenboom is inheems in het oosten van Noord-Amerika en groeit daar in rivierdalen en overstromingsgebieden.

 

Naamgeving

De naam Gymnocladus is afgeleid uit het Grieks en betekent ‘naakt tak’, wat betrekking heeft op de kale takken tijdens een groot deel van het jaar. Dioica betekent ‘tweehuizig’, d.w.z. dat er vrouwelijke en mannelijke bomen zijn.

De Nederlandse naam doodsbeenderenboom heeft betrekking op de knekelvormige voet van de bladsteel of ook op de knokige, doodse en kale takken van het wintersilhouet. Hertengeweiboom duidt op de geweiachtige kale takken in de winter.

 

Plantkenmerken

De doodsbeenderenboom kan 25 m hoog worden en heeft een open, onregelmatige, losse kroon. Bij ons wordt hij niet hoger dan 10 m. De jonge takken zijn dofgrijs tot grijsblauw berijpt. De dikke stam is bij volwassen bomen donkergrijs en diep gegroefd. De bladeren zijn dubbel geveerd en tot 70-90 cm lang. De aparte gaafrandige blaadjes zijn eirond en hebben een lange, toegespitste top. De groenwitte bloemtrossen verschijnen in juni aan de vrouwelijke bomen. De vruchten zijn 10 – 20 cm lange donkerbruine, harde peulen die in de winter ongeopend afvallen en daarbij een licht rammelend geluid maken.

De doodsbeenderenboom herken je gemakkelijk aan zijn grote bladeren in de zomer en zijn forse takkenstructuur, die op doodsbeenderen lijken, in de winter. De boom kan goed tegen hitte, droogte en luchtvervuiling.

In zijn land van herkomst schijnt de doodsbeenderenboomeen groot deel van het jaar te slapen waardoor hij in Noord-Amerika ook ‘dead tree’genoemd wordt.

Hij heeft een prachtige herfstkleur, goudgeel tot oranje.

 

Soorten

Gymnoclasdus chinensis is de soort die in China thuis is en Gymnocladus burmanicus in Burma.

 

Gebruik

De vroegere Indianen van Kentucky en de eerste Engelse pioniers gebruikten de geroosterde zaden om er een soort ‘koffie’ van te brouwen want echte koffie was voor hun niet betaalbaar. Vandaar de Engelse naam ‘coffeetree’. De zaden zijn licht giftig als men er te veel van neemt.

De zaden zouden ook gebruikt worden als knopen voor kleding.

Het zware, harde hout wordt gebruikt voor afrasteringspalen en om hutten te bouwen. De bossen in bepaalde gebieden zijn waarschijnlijk door Noordamerikaanse Indianen geplant.

Bij ons vindt men de doodsbeenderenboom als parkboom.

 

Startpagina