Fijnspar

(Noorse spar)

 

Picea abies (bot.)

Norway spruce (Eng.)

Epicea commun, épinette de Norvège (Frans)

Fichte (Duits)

 

Pinaceae - dennenfamiliePicea abies

 

Met kerstmis zingen we ‘O, dennenboom, o dennenboom….’, maar bedoelen eigenlijk ‘O, sparrenboom ….’ Wij hebben het gewoon overgenomen uit het Duits, waar de spar (Fichte) ‘Tannenbaum’genoemd wordt. De fijnspar die we als kerstboom kopen, is daar speciaal voor geteeld en wordt niet in het bos gekapt. Meestal kopen we tegenwoordig niet de fijnspar die snel zijn naalden verliest, maar eerder een Servische spar, een blauwspar of een zilverspar, die in de warme kamer hun naalden langer behouden.

 

Naamgeving

Het woord ‘picea’ staat waarschijnlijk in verband met pek, omdat de boom veel kleverig hars levert. Abies is de geslachtsnaam voor alle sparren.

vrouwelijke bloemen

 

Verspreiding

De fijnspar en zijn variëteiten zijn inheems in Europa en West-Azië. In Nederland komt deze boom niet in het wild voor; hij is altijd aangeplant. In de Alpen groeit hij tot een hoogte van 2000 m. In de 18e eeuw werd hij ingevoerd en is sindsdien in de bosbouw intensief gebruikt. De bodem mag niet te droog zijn.

In Scandinavië komen grote sparrenbossen voor. Wanneer zij een gesloten geheel vormen, is er geen ondergroei mogelijk. Door de langzame groei in de koele gebieden, levert de spar degelijk hout.

 

Plantkenmerken

Jonge fijnsparren hebben de bekende kerstboomvorm. Oudere, opeengedrongen bomen hebben stammen die tot een zekere hoogte kaal zijn. Dit soort bossen wordt ‘mastbossen’genoemd.

Vrijstaand kan de fijnspar een hoogte van 50 m bereiken. De kroon is regelmatig en spits kegelvormig. De takken staan in kransen en etages. De naalden zijn heldergroen en hebben een ruitvormige doorsnede. De jonge takken zijn geelbruin getint, glad en zacht behaard.

In april/mei bloeit de fijnspar met mooie, rode vrouwelijke bloemen in het bovenste deel van de kroon. De mannelijke bloemen zijn in het begin ook rood en groeien midden en onder in de kroon. De vrouwelijke bloemen worden bestoven door de mannelijke bloemen van andere bomen die al eerder in bloei waren. Daarmee wordt zelfbestuiving vermeden. Grote hoeveelheden geel stuifmeel bedekken vaak de grond in het bos of daken in de omgeving. Men spreekt dan van ‘zwavelregen’of van ‘roken van het bos’.

Voor de bestuiving staan de vrouwelijke bloemen rechtop, buigen later omlaag. De kegel kan 16 cm lang worden en heeft leerachtige, roodbruine, afgeronde kegelschubben.

Fijnsparren hebben en oppervlakkig wortelsysteem, waardoor zij bij storm gemakkelijk ontworteld worden.

 

Gebruik

De fijnspar wordt gebruikt als sierboom en kerstboom. Het hout is goed te bewerken en wordt gebruikt als timmerhout in de meubel -en papierindustrie, voor hei- en telefoonpalen. Sparrenhout  (vurenhout) is gemakkelijk van dennenhout (grenenhout) te onderscheiden. Sparrenhout heeft kleine knoesten tussen de grote. Dennenhout missen kleine knoesten omdat zij geen zijtakken hebben.

Soorten

Er bestaan ca. 50 fijnsparsoorten.

De langzaam groeiende, sneeuw-en windvaste Noorse spar (Picea abies) en de zuilspar hebben een slanke kroon met lange uitstaande takken.

Picea abies 'Inversa' is een treurspar.

 

De Servische spar (Picea omorika) heeft een slanke, opgaande stam. Zijn onderste takken buigen sterk door waarbij de uiteinden weer omhoog groeien. Daardoor ontstaat een sierlijke groeivorm die de boom geschikt maakt om als kerstboom onze huiskamers te versieren. blauwspar

De blauwspar (Picea pungens 'Hoopsii') is een breed piramidale boom met horizontale takken. Hij kan 15 m hoog worden.  Schors en bast zijn zwartgrijs, geschubd. De twijgen glanzen oranjebruin. De scherpe naalden zijn intens zilverblauw. Hij heeft hangende, cilindrische kegels.

 

De slangenspar (Picea abies 'Virgata') wordt  wel eens in tuinen en parken geplant, maar heeft voor de bosbouw geen betekenis.

Verwant zijn de Kaukasische Spar (Picea orientalis) en de Sitkaspar (Picea sitchensis).

 

De witte spar (Picea glauca) is inheems in Canada en Noord-Europa. De schors is purperachtg grijs. De naalden zijn vrij blauw, hard, maar hebben geen stekelige punt. Bij wrijving geven zij een onaangename geur af.

 

De sitkaspar (Picea sitchensis) is inheems in westelijk Noord-Amerika. Wegens zijn snelle groei en goede houtkwaliteit wordt hij ook bij ons veel aangeplant. Hij doet het erg goed in gebieden met veel regenval.  sitkaspar

 

Ziekte

De fijnspar wordt in de hele wereld belaagd door een schimmel (Fomes annosum), die veel schade kan aanrichten. Dat doen ook de rupsen van de nonvlinder, die hele bossen kaal kunnen vreten.

Sinds enkele jaren treden bij de fijnspar, de belangrijkste woudboom in Midden- en Noord-Europa afstervingsverschijnselen op. De bomen verliezen hun naalden. Men vermoedt dat de oorzaak zure regen is.

       

Startpagina        Naaldbomen