Europese Hopbeuk

 

Ostrya carpinifolia (bot.)

European hop hornbeam (Eng.)

Charme-houblon (Frans)

Gemeine Hopfenbuche (Duits)

 

Betulaceae – berkenfamilie

 

De hopbeuk is een prachtige boom die in Nederland niet vaak voorkomt. Wij vinden hem hooguit in botanische tuinen. Hij lijkt op de haagbeuk (Carpinus betulus), maar zijn bladeren hebben veel meer nerven en zijn aan de voet hartvormig. Ze zijn ook scherper gezaagd dan die van de haagbeuk.

 

Herkomst

Inheems is de hopbeuk aan de zuidkant van de Alpen, in Zuid-Frankrijk en Klein-Azië want hij houdt van zachte winters, warme zomers en veel vocht. Hij groeit daar op steile hellingen en kalkrijke bodem. In Zwitserland groeit hij tot een hoogte van 1120 m.

Langs het Gardameer in Italië groeit de hopbeuk in het wild.

Ostrya virginiana is de Amerikaanse hopbeuk die inheems is een een groot deel van Noord-Amerika. De bladeren zijn iets langer. Opvallend is dat de stam niet hoger wordt dan een halve meter. Daarna begint al de vertakking. Door de laag hangende zijtakken wordt op ten duur een enorme kroon gevormd.

mannelijke katjes

 

Naamgeving

De boom werd hopbeuk genoemd omdat de zaadbellen op die van de hopplant lijken en de bladeren op die van de (haag)beuk. Ostrya is afgeleid uit het Grieks en betekent boom met hard hout. Carpinifolia wil zeggen: bladeren die lijken op die van de haagbeuk (Carpinus betulus).

 

Plantkenmerken

De hopbeuk is een bladverliezende boom die een hoogte van 16 – 20 m kan bereiken. Hij groeit langzaam en heeft in zijn eerste jaren een kegelvormige kroon. Later verschijnen aan de zich splitsende hoofdstam zijtakken waardoor de kroon ronder wordt. De hopbeuk kan uiteindelijk 12 m breed worden. De takken zijn in het begin behaard, later kaal en zeer buigzaam.

De groene bladeren zijn eirond tot ovaal en de bladrand is dubbel gezaagd. In het najaar verkleuren zij geel.

De hopbeuk bloeit in april met geelgroene mannelijke katjes. De vrouwelijke bloemen zijn onopvallende kleine aartjes. Wanneer zij bevrucht zijn, groeien zij uit tot op hopbellen gelijkende vruchten. Onder de vleugelvormige schutbladeren verbergen zich nootjes.

De schors is bruingrijs en gegroefd, de takken zijn olijfgroen.

vrouwelijke bloem

Standplaats

De hopbeuk groeit graag op een zonnige plaats en op voedzame, liefst kalkhoudende grond die waterdoorlatend is. Hij wordt bij ons niet hoger dan 10 m.

 

Bomen uit de oertijd

In de maag van een man die tijdens het Stenen Tijdperk in het ijs van de Ötztaler Alpen bevroren raakte (Ötzi), vond men stuifmeel van de mannelijke hopbeukbloemen. Deze man droeg een bijl met een greep van taxushout bij zich.

blad en vruchten    nootjes   

Gebruik

Het harde, dichte hout wordt gebruikt voor het vervaardigen van gereedschap.

 

Startpagina        Loofbomen