Iep

Ulmus  ( bot.)

Elm (Eng.)

Orme (Frans)

Ulme, Rster, Bergulme, Flatterulme (Duits)iepenlaan

 

Ulmeceae - iepenfamilie

De oudste benaming van Iepen is olmen. Het zijn tot 40 m hoge loofbomen met een brede gewelfde kroon. Zij werden vroeger massaal aangeplant in het (zuid) westen van Nederland langs wegen, dijken en op boerderijerven. De iep is altijd al een stadsboom geweest. Amsterdam b.v. is een echte iepenstad. De meeste iepen zijn gecultiveerde bomen, maar op verschillende plaatsen in Nederland vinden we ook nog inheemse soorten.

Sinds 1919 is het slecht gesteld met de iepen. De spintkever heeft een ware slachting aangericht onder het iepenbestand. Intussen had men een stof ontwikkeld waarmee men de iepen kon inenten tegen de zogenaamde Iepenziekte. Door bezuinigingen is dit vaak nagelaten met als gevolg dat nog meer iepen sneuvelden. Tegenwoordig worden er nauwelijks meer iepen aangeplant. Ulmus laevis

Herkomst

Iepen zijn inheems in Europa (behalve Scandinavi), Noord-Afrika, Klein-Azi en Kaukasus. De Romeinen plantten in wijnbouwgebieden iepen als ondersteuning voor de druivenstruiken. In de Romeinse dichtkunst is sprake van het huwelijk tussen iep en druivenstruik: als de n sterft, sterft de ander van verdriet. Iepen kwamen vroeger in grote bossen in Europa voor. Daarvan is niets meer terug te vinden omdat de vruchtbare grond waar iepen het liefst op groeien intussen voor de landbouw gebruikt werd.

 

Naamgeving

Glabra betekent kaal en dat slaat op de randen van de vruchtjes. Ulmus carpinifolia zou je kunnen vertalen met de olm die bladeren als de haagbeuk heeft. De Nederlandse naam gladde Iep slaat op de gladde bovenkant van de bladeren. Steeliep heeft te maken met de gesteelde bloempjes.

Verschillende plaatsnamen verwijzen naar olmen . In Nederland is dat waarschijnlijk Ulft of Ulvenhout, in Belgi Ieper, in Duitsland de stad Ulm. bloemknoppen

 

Plantkenmerken

Het belangrijkste kenmerk van de iep is de symmetrische bladvorm:de bladvoet loopt aan n kant van het blad langs de bladsteel verder door.

In elk jaargetijde is de Iep met zijn vele vertakkingen mooi om te zien. De eerste vertakkingen beginnen laag bij de stam. Er wordt gemakkelijk wortelopslag gevormd. De Iep bloeit vroeg in het voorjaar. Voor het verschijnen van de bladeren draagt hij dan duizenden kleine roodachtige knopjes, die manna genoemd worden. De bloemen zijn tweeslachtig en staan in dichte bundels. Zij hebben een witgewimperd bloemdek, lange, draadachtige meeldraden en een witte stempel. Je ziet ze vaak niet omdat ze zo klein zijn. De vruchtjes zijn al rijp voordat het blad helemaal uit is. Het zijn vliesdun, gevleugelde, platte nootjes. Gerijpt zijn zij geelbruin. Zij dwarrelen eind mei als zogenaamde iepencentjes naar beneden. Direct daarna ontstaan de bloemknoppen voor het volgende jaar. bloemen van de Steeliep

 

Soorten

Bergiep of ruwe iep (Ulmus glabra) is een statige 40 m hoge boom met een dichte kroon. De onderste takken  hangen enigszins door. Het blad is breed eivormig tot ovaal, donkergroen en zeer ruw behaard. De onderkant is zacht. De rand is dubbel gezaagd. De bovenkant is ruw, de onderkant zacht. Aan het eind van een krachtige scheut komen vaak bladeren met een drielobbige top voor. 

De bloemen zijn kortgesteelde dichte bundels met bruinviolette bloemen die in maart vr de bladontwikkeling verschijnen.

De vruchten zijn rondom gevleugeld, omgekeerd eivormig en bevatten lichtrood zaad.

De schors is grijsbruin, hard en dun met lengtegroeven.

In de herfst kleurt het blad geel.

Gladde iep of veldiep (Ulmus minor) is een snelgroeiende tot 30 m hoge loofboom met een brede gewelfde kroon. De bladeren zijn in twee rijen verspreid en variabel van vorm. De dichte purperrode bloemenbundels hebben lange, draadachtige meeldraden en witachtige stempels.

De vruchten zijn vliesdun gevleugeld en de nootjes zijn plat. Ze zijn eerst groen, later geelbruin.

De schors is glad en de twijgen hebben vaak grijze kurklijsten.

Steeliep (Ulmus laevis) is een 30 m hoge boom met een gewelfde kroon. De stamvoet is bij oudere bomen vaak plankachtig verbreed. De bladeren zijn elliptisch met een verlengde top. blad van de Steeliep

Het bijzondere van het blad is dat de onderzijde begroeid is met krullig haar. Bloemen en vruchten staan aan lange stelen. De vruchten zijn klein en met een duidelijke beharing aan de randen van de vleugeltjes.

De schors laat los in dunne stroken.

Prieel-iep (Ulmus 'Camperdownii') is een treurvorm met neerhangende  takken die vaak de grond raken. Hij vormt een gesloten kroon en wordt 6 - 10 m hoog. Het eironde blad is aan de bovenzijde ruw en donkergroen. De bloemen zijn lichtgroene bundels die in april verschijnen. De platte gevleugelde nootjes zijn plat en bruin.

Goud-iep (Ulmus hollandica 'Wredei') is een kleine boom met een zuilvormig-piramidale kroon die later rond wordt. De twijgen zijn bruin tot roodbruin. Het eironde, elliptische blad valt op door de goudkleur. Het kroezige blad staat tegen de twijg aangedrukt. De roodbruine bloemen staan met vier bijeen in kleine bundels en verschijnen voordat het blad ontluikt. De gevleugelde nootjes bevatten lichtrood zaad. Hij is geschikt voor de kleine tuin.

Goud-iep

 

Standplaats

Iepen groeien in laag - en heuvelland, in bossen, in rivierdalen vaak als kreupelhout op droge tot vochtige, voedselrijke grond. Zij houden van halfschaduw.

 

Gebruik

Het hout van de Iep is waardevol en wordt gebruikt voor de meubel-en klompenfabricage, als constructiehout, voor trappen en parket en het vervaardigen van doodskisten. Het tophout van Iepen gebruikte men voor het vervaardigen van borstels. Iepenstammen zijn gevraagd als zinkers voor de visserij. De Kurkiep levert kurk voor isolatiemateriaal.

In de kruidengeneeskunst bond men gekneusde iepenbladeren rond een wond om de genezing te bevorderen.

Ulmus 'Camperdownii'

 

Mythologie

Volgens de  Germaanse mythologie zijn twee bomen onze stamouders geweest. De eerste vrouw (Embla) werd uit iepen hout, de eerste man (Ask) uit essenhout geschapen.

In de Griekse mythologie ging Orpheus, nadat hij zijn geliefde Eurydice verloren had, onder een Iep zitten om te weeklagen.

Doordat men wijnranken langs jonge iepen leidde, staan deze in verband met Dionysos, god van de wijn.schors van de ruwe iep

 

Volksgeloof

Wanneer de iep voortijdig het blad liet vallen, vreesde men in het Engelse Devon voor de gezondheid van het vee. Ook geloofde men dat de iep nooit door de bliksem werd getroffen. Als woonplaats van elfen werd hij ook wel elven tree genoemd.

Oude timmerlui bevelen aan om iepen te vellen op 31 december en 1 januari omdat de bomen dan het meest in rust zijn.

 

     Startpagina           Loofbomen