Mispel

(Wilde mispel, mispelaar, mispelboom)

 

Mespilus germanica (bot.)

Medlar tree (Eng.)

Neflier, mÍlier, mesplier (Frans)

Mispel (Duits)

 

Rosaceae - roosfamilie

 

Wanneer je een bijzondere boom (struik) in je tuin wilt planten, zou je een mispel kunnen kiezen. De bloemen zijn attractief en de vruchten lekker. Het is een 3-6 hoge heester of kleine boom met takdoorns. In gecultiveerde vorm is hij meestal doornloos. 

 

Herkomst

Het oorsprongsgebied van de wilde mispel ligt rond de Zwarte en de Kaspische Zee. Hij groeit daar op kalhoudende, vrij vochtige bodem.

Deze boom die je in tuinen zelden tegen komt, werd door de Romeinen naar Europa gebracht. Je kunt hem als cultuurplant vinden in de warmere streken van Zuid-Duitsland, maar ook in ItaliŽ en in Groot BrittaniŽ in houtwallen, struwelen en als haag. De wilde mispel kom je ook nog tegen in de loofbossen rond Vaals, Vijen en Epen. Onze Limburgse voorouders trokken de bossen in om de rotte (rijpe) mispels te plukken die zij gebruikten voor de Limburgse Ďmispelenvlaaií.

In BelgiŽ hebben wilde mispels overleefd in oude hagen rond boerderijen. In oude boerderijtuinen had men een voorkeur voor cultuurmispels met grotere vruchten.

Wilde mispel vinden we in Nederland vooral in Twente, de Achterhoek, het Rijk van Nijmegen en in Zuid-Limburg. In Vlaanderen komt hij vooral in de Voerstreek voor.

 

Naamgeving en herkomst

Het woord germanica klopt eigenlijk niet. De botanicus Linnaeus dacht namelijk dat de mispel van nature in Duitsland voorkwam. Maar inheems is de mispel in de Kaukasus, Klein-AziŽ en Noord-Iran. Pas later brachten de Romeinen hem naar Zuid-en Midden-Europa. In de Middeleeuwen was de mispel een zeer gewaardeerde fruitsoort. Tegenwoordig kun je hem als cultuurplant vinden in de warmere streken van Zuid-Duitsland, maar ook in ItaliŽ, Zwitserland, Oostenrijk en in Groot BrittanniŽ in houtwallen, struwelen en als haag.

Men weet dat de mispel al sinds 3000 jaar in de OriŽnt verbouwd werd. Tegenwoordig wordt hij meestal meer om zijn sierwaarde aangeplant. Hij bloeit namelijk met prachtige, grote, witte, zoet geurende bloemen die door vele soorten insecten bezocht worden.

In Oost-en Zuidoost-Europese landen zoals RoemeniŽ, Bulgarije en Hongarije wordt de mispel als fruitsoort verbouwd. Hij speelt tevens een belangrijke rol in verschillende streken van Rusland.

 

Plantkenmerken

De cultuurmispel wordt sinds ca. 1630 geteeld. Mispels met grotere vruchten werden verkregen door het enten op onderstammen van meidoorns. Het is een struik met meerdere stammen of een kleine boom die tot 6 m hoog kan worden. De takken groeien breeduit. De bladeren zijn langwerpig, smal en lancetvormig, aan de bovenkant mat donkergroen, aan der onderkant lichtgroen. De bladnerven zijn licht behaard. De witte bloemen verschijnen in mei aan het eind van hoofd- en zijtakken. Ze zijn geurloos.

De mispel is eenhuizig, d.w.z. dat mannelijke en vrouwelijke bloemen aan dezelfde boom zitten.

Uit de bloemen ontwikkelen zich gesteelde schijnvruchten. Deze zijn rond, bruin en schotelvormig afgeplat, gekroond met de punten van de kelkbladeren. Ze zijn in het begin hard en pas genietbaar wanneer er vorst overheen gegaan is. Vorst brengt een gistingsproces tot stand waardoor de vruchten de smaak van zurige wijn krijgen. Ze zijn een lekkernij voor zowel mensen, merels en lijsters.

De wilde mispel is van de gekweekte soort te onderscheiden door kleinere bladeren en vruchten.

vruchten    rijpe vrucht   

Oogst en Gebruik

De vruchten blijven, ook nadat de bladeren gevallen zijn, nog lang aan de takken hangen. De oogst kan beginnen zodra de kleur van de vruchten roestbruin is. Zij hebben niet per sť vorst nodig om genietbaar te worden, maar het rijpingsproces wordt er wel door versneld. De in oktober geoogste vruchten moeten nog een tijdje blijven liggen, want pas wanneer de vrucht zacht is geworden, kan de fermentatie beginnen. Daardoor ontstaat het specifieke aroma van de mispel.

In mispelvruchten zit veel vitamine C. Zij zijn geschikt voor het maken van gelei door hun hoge gehalte aan pectine. Zowel in vruchten, bast en bladeren zit looizuur (tanine). Het werd gebruikt om leer te looien, bloedingen te stelpen, tegen nierstenen en om te gorgelen bij keelontsteking. Mispels werken sterk laxerend en verlichten menstruatiepijn.

Het gelige hout is hard en taai en wordt graag gebruikt voor draaiwerk.

De arts Claudius Galen (131 - 202 p.C.) beschreef al de medicinale werking van de mispel en in middeleeuwse kruidenboeken wordt hij als zodanig vermeld.

schors

In de dertiende eeuw beschrijft Jacob van Maerlant de kwaliteiten van de vruchten en het hout in  'Der Naturen Bloeme'.

Standplaats

De mispel prefereert een voedingrijke, lemige, kalkhoudende grond in zon of halfschaduw. Hij verdraagt zomerse hitte vrij goed. Een probleem is de vorstgevoeligheid die schade aan het hout kan veroorzaken. De bloemen hebben meestal geen last van nachtvorst in de lente omdat zij pas na de ijsheiligen verschijnen.

 

Snoeien

De mispel moet zo min mogelijk gesnoeid worden. Daar waar je snoeit, ontstaan verticale zijtakken en bevorder je de struikvorm. De gesnoeide takken zullen niet bloeien. Mispel bloeit op tweejarig hout en draagt pas na 3 4 jaar vruchten. Als de kroon te dicht groeit, is uitdunningsnoei aan te bevelen. Als halfstamboom kan de mispel een leeftijd van 40 Ė 50 jaar bereiken. De vruchten zijn dan ook gemakkelijk te plukken.

mespilus germanica 'Westerveld'

 

Soorten

De variŽteit 'Westerveld' is rijkdragend met middelgrote bruine vruchten.

'Nottingham' blijft een kleine struik en draagt kleine vruchten, terwijl 'Bredase Reus' grote, ruwe, dofbruine vruchten levert.

De Hollandse mispel  verrast door grote bloemen.

Een recept

Je zet de rijpe, roestbruine vruchten in een pan onder water en kookt deze tot ze gaar zijn. De prut giet je door een zeef. Bij het daardoor gewonnen sap voeg je 500 g suiker per 750 cc en kook je deze vloeistof in tot de gewenste dikte, die je heet in schroefglazen vult en afsluit. Een erg lekkere gelei!

   

 

Startpagina        Loofbomen