Wilde peer

 

Pyrus pyraster (bot.)

Wild pear (Eng.)

Poirier sauvage (Frans)

Wildbirne, Holzbirne (Duits)

 

Rosaceae – rozenfamilie

bloeiende Wilde Perenboom

 

De gecultiveerde peren (pyrus communis var. sativa) die het hele jaar door op de (super)markt te koop zijn of die we in onze eigen tuin kunnen oogsten, stammen allemaal af van de wilde peer die in de bossen van het laagland en middelgebergte van Europa en West-Azië groeit. De wilde peer is zeldzaam in Nederland en Vlaanderen. Enkele exemplaren vinden we nog in Oost-Gelderland.

 

Herkomst

Oorspronkelijk stamt de de wilde peer uit Iran en Armenië, vanwaar zij via Griekenland en het Romeinse Rijk naar West-Europa kwam. In Zwitserland, Duitsland en Frankrijk vond men vruchten in paalbouwsels uit het late Neolithicum. Al toen vond er cultivering plaats door de grotere en lekkerste vruchten voor vermeerdering te gebruiken. Bij de Grieken was de cultuurpeer al 1000 jaar v.Chr. bekend. Voor hen was de peer een gift van de goden. Binnen het Romeinse Rijk was men intensief met het kweken van ca. 39 soorten bezig. 300 n.Chr. wordt voor het eerst over enten bericht.

Wilde Peer in herfsttooi

Tegenwoordig groeit de wilde peer in het laagland, middelgebergte, loofbossen, heggen en struwelen van heel Europa en Klein-Azië. Hij prefereert vochthoudende, voedselrijke bodem in de halfschaduw.

In Europa, Azië en Afrika komen er van het geslacht Pyrus ca. 20 soorten voor. Daarvan 10 in Europa tot een hoogte van 1600 m. In Noord-Amerika groeit wel de wilde appel, maar de wilde peer zoekt men daar tevergeefs. In Zuid-Duitsland is hij nog vaak te vinden in eikenloofbossen, struwelen, heggen en op zonnige hellingen met voedselrijke, meestal kalkhoudende grond. In Nederland en België komt hij bijna niet voor.

 

Plantkenmerken

De wilde peer is een vrij langzaam groeiende struik of boom die een hoogte van 20 m kan bereiken. Als solitair kan hij nog hoger worden. Onder gunstige omstandigheden bereikt hij een leeftijd van 200 jaar. Lengte- en dwarsgroeven verdelen de grijsbruine schors in kleine stukken .

De bladsteel is even lang als de bladeren zelf. Deze verschijnen eind april en zijn eivormig of rond en fijn gezaagd. De fijne beharing aan beide zijden verdwijnt gauw. Dan is de bovenzijde glanzend groen. In het najaar kleurt het loof rood, violet of geel. De bloemen die in april/mei (samen met de bladeren) verschijnen zijn wit met rode meeldraden en staan met ca. negen bij elkaar in een schermvormige bloeiwijze.

bloesem

De vruchten zijn klein en bijna kogelrond of peervormig. Het vruchtvlees is gevuld met veel groepjes steencellen, waardoor het onrijp zuur en wrang smaakt. In rijpe toestand zijn de vruchten geel, groengeel of bruingeel, een beetje hart, maar best lekker, vooral na een vriesnacht. Maar dan moet je er vlug bij zijn, want zij rotten snel.

De wilde peer vormt rijkelijk wortelopslag en kan hiermee een grote oppervlakte beslaan. Hij is al van verre van de wilde appel te onderscheiden door zijn meer open kroon, die gevormd wordt door de zijtakken van één stam, soms ook van meer stammen. Het jonge schot is lichtgrijs tot bruinachtig en draagt echte takdoorns, die centimeters lang zijn. De knoppen zijn grijs.

De boom is vorstgevoelig en groeit daarom het liefst tussen andere bomen, die hem tegen vrieskou beschermen.

 

Ziektes

De wilde peer heeft minder vaak dan de gecultiveerde peer last van vuurbrand, roest, schurft, fruitboomkanker, fruitboomspint.

vruchten

 

Gebruik

Hout van de wilde peer is nauwelijks op de markt. Het is lichter dan beuken - en eikenhout en moeilijker te splijten. Het is geschikt voor draai – en houtsnijwerk. Het wildeperenhout is ideaal voor houtverbindingen met schroeven of lijm en minder geschikt voor spijkers. Wat als perenhout verkocht wordt, stamt bijna altijd van de cultuurpeer af.

De oude Grieken vervaardigden sculpturen en speerpunten van wildeperenhout.

In Europa gebruikte men perenhout ook in de boekdrukkunst. Men maakte er zogenaamde 'drukblokken' van, waarin de letters uitgesneden werden.

Van perenhout worden linialen, tekengereedschap, machinedelen, fruit – en wijnpersen vervaardigd. Deze voorwerpen  maakt men tegenwoordig vaak van kunststof. Maar nog steeds vinden we spinnewielen, borstelruggen, keukengerei, kegels, paraplustokken, speelgoed, knopen en schroeven van perenhout. In de muziekinstrumentenindustrie maakt men van perenhout blokfluiten, mondharmonica’s en delen van piano’s en vleugels.

De vruchten van de wilde peer bevatten pectine, fruitzuren en looistoffen. Samen met appels of cultuurperen kan men er brandewijn of azijn van produceren. Siroop van wilde peren werd vroeger gebruikt tegen diarree en migraine.

Als voer voor zwijnen werden wilde peren al tijdens de Middeleeuwen gebruikt. In Duitsland werd het in 1749 verboden, om de vruchten in de bossen op te rapen of perenbomen te kappen, omdat zij belangrijk voer voor de wilde zwijnen waren. Deze gedijden door het vreten van de vitaminerijke vruchten goed en werden uiteindelijk door jagers geschoten.

De bloemen van de wilde peer worden bezocht door vele verschillende insecten.

perenschors

 

Bescherming van de wilde peer

Het is erg belangrijk dat de wilde peer als bosboom niet uitsterft. In Duitsland is men bezig zaadgoed van de deze boom te verzamelen en jonge bomen te kweken, die dan in bossen uitgeplant worden.

 

Startpagina        Loofbomen