Zoete Kers

(Boskers of boskriek)

 

Prunus avium (bot.)

Wild cherry (Eng.)

Cerisier des oiseau, merisier (Frans)

Süßkirsche, Vogelkirsche, Wildkirsche (Duits)

 

Rosaceae – Roosfamilie

Kriek in bloei

 

Kriek is een bladverliezende wilde kersenboom, die in bossen kan uitgroeien tot een hoogte van 20 m. Hij is de stamvader (of - moeder) van vele gekweekte kersensoorten en bloeit eind april met sneeuwwitte vijftallige bloemen. Hij draagt in het najaar kleine zoete kersen en prachtig rood gekleurde bladeren. Het is een schitterende bos - en parkboom.

 

Naamgeving

Prunus is het Latijnse woord voor pruim en kers die tot dezelfde familie behoren. Het toevoegsel avium betekent  geliefd bij de vogels.

kriek in herfstkleur

Verspreiding en standplaats

De kriek is inheems in heel Europa, West-Siberië, Kaukasus, Noord-Afrika en Klein-Azië. Hij groeit daar op lichte plekken in laagland en gebergte (in de Alpen tot 1700 m), in loofbossen, langs bosranden, langs wegen, in houtwallen, liefst op vochthoudende, vrij diepe voedselrijke, kalkhoudende leemgrond. Maar we komen hem ook op zandgronden tegen.

De gecultiveerde zoete kersen zijn door selectie ontstaan uit deze soort.

 

Plantkenmerken

Krieken zijn tot 25 m hoge bladverliezende loofbomen met een korte stam en een ronde kroon. Wanneer de bomen dicht bij elkaar staan, hebben zij een lange stam zonder takken en een hoge kroon. De vrij stugge takken zijn schuin naar buiten gericht of staan rechtop .

De bladeren zijn ellipsvormig en dubbelgezaagd. Aan de onderkant zijn zij dauwachtig behaard. Aan de bladsteel bevinden zich twee rode, gedeeltelijk geel gekleurde kliertjes.

De decoratieve bloemen komen tegelijk met de bladeren midden april uit. Ze staan in schermachtige bundels bijeen. De bloemen zijn langgesteeld en tweeslachtig.

bloeiende tak

Hieruit ontwikkelen zich kleine, licht - of zwartrode steenvruchten (kersen) met een gladde, bijna kogelronde pit. Het vruchtvlees is bitterzoet. De kersen zijn erg geliefd bij vogels die tevens voor verspreiding zorgen.

De schors is eerst glad, glanzend grijs of roodbruin, met dwarse stroken afbladderend, later zwartgrijs en gegroefd.

De kriek verjongt zich gemakkelijk uit zaad, maar ook door wortelopslag.

 

Gebruik

Het hout bevat zachtroze spinthout rond een oranje tot licht roodbruine kern. Het hout lijkt op mahoniehout en wordt gebruikt in de meubelindustrie en voor voorwerpen die een recht boorgat vereisen, zoals pijpen en muziekinstrumenten.

schors

Spreekwoorden

‘Vogels willen wel kersen eten, maar geen bomen planten’.

‘Met haar is het slecht kersen eten’.

‘Als ge met heren krieken eet, knippen ze met de pitjes.’

‘Eet kersen als ze geboden worden’. rijpe vruchten

 

Gebruik

Vroeger werd het hars van de kriek als middel tegen hoest gebruikt. De stelen van het fruit werden gekookt en als middel tegen verkoudheid toegepast. Van de schors bereidde men een medicijn tegen bronchitis en winderigheid. Het sap van de vruchten bevordert bloedvorming en is bloeddrukverhogend.

'Kirsch' is een alcoholische drank die de spijsvertering bevordert. Minder bekend is zijn uiterlijke toepassing bij jicht, reuma en hartklachten.

De pitten bevatten cyaanzuur, een sterk vergif. Een zakje, gevuld met  verwarmde kersenpitten, helpt tegen een stijve nek.

 

 Bescherming

Boskrieken leveren een belangrijke bijdrage aan de natuurwaarden  van het bos: het blad verteert snel en de bloemen en vruchten zijn belangrijk voor allerlei diersoorten. Ook als oude fruitsoort moet de boskriek beschermt worden.           

 

Startpagina        Loofbomen