Meiboom

De meiboom is geen verschijnsel van de nieuwe tijd. Mensen zagen in de boom gelijkenis met het leven en zijn wetten. Voor hen was de boom een spiegel, waarin zij zichzelf en de wereld herkenden. De boom met zijn takken voor de veranderende hemel, leek op de mens en zijn huis. Zijn wortels verborgen de geheimen van de diepte, zijn takken reikten naar de hemel. Voor hen waren goden altijd verbonden met bomen.

Bomen schenken aan de mens zuurstof om te kunnen ademen . Hun bladeren en vruchten bevatten geneeskracht. Zonder het hout had hij zich niet kunnen ontwikkelen. Reeds in de 72 eeuw a.C.was dit allemaal bij de mensen bekend, o.a. bewezen door de volgende uitspraak van de Chinees Kuan Chung: "Plan je ÚÚn jaar vooruit, zaai dan graan. Plan je een eeuw vooruit, plant dan bomen."

Voorouders van de meiboom zijn: de wereldboom, de levensboom en de geluksboom. Al tijdens de Egyptische en Indiase vruchtbaarheidsrituelen speelde de boom een rol. Vergelijkbare symbolen bestaan op Java. Bij de Dyonisos-cultus van de Grieken werd niet slechts de god van de wijn, maar ook die van de bomen vereerd. De Romeinen wijdden de maand mei aan de godin van de groei, de vruchtbaarheid en het gedijen van de planten. Haar naam was Maia. Maiaĺs feest werd op 1 mei gevierd. Er werden offers gebracht, en als symbool van haar waardigheid werden er bomen opgesteld, waar omheen men danste.

De Omaha- en Ceiba-Indianen kennen een ritueel dat hierop lijkt. Zij kappen een katoenboom en bevrijden hem van zijn bladeren. In het kamp worden zij met rode en zwarte ringen beschilderd. Deze symboliseren dag en nacht, donder en dood, maar ook hemel en aarde. Tenslotte wordt deze Heilige Boom, de Moederboom van de mensheid, in het midden van het kamp geplaatst. Daar danst men en maakt men plezier.

De Kelten waren uit de boomloze steppen van het oeralgebied naar Europa gekomen. In Europa bevonden zij zich ineens in enorme oerbossen. Volgens hun voorstelling begon op 1 mei de zomer, op 1 november de winter. Deze data waren belangrijke feestdagen, die o.a. met bloedoffers gevierd werden. Er bestaat het vermoeden dat de meiboom der Kelten eigenlijk een offerboom was. Uit archeologische vondsten in Duitsland blijkt, dat deze ook wel eens met goud overtrokken en met linten versierd was.

Ook bij de Germanen speelde de boomcultus een belangrijke rol. Bomen waren heilig. Volgens hen woonde in iedere boom een ziel, die hun groei en vruchtbaarheid be´nvloedde. Bomen begeleidden de Germanen vanaf hun geboorte tot aan hun dood.

Ook bij hen was 1 mei een bijzondere feestdag. Het was de trouwdag van de moederlijke godin Freia en de hemelgod Wodan. De boom die men naar aanleiding hiervan kapte en opzette, was een jonge, groene berken-of buxusboom. Hierdoor hoopte men, de vruchtbaarheid van de velden en de mensen in het dorp positief te be´nvloeden. meiboomviering bij de oude Grieken

Door de kerstening werden vele gebruiken uitgeroeid. Niets was langer heilig, behalve de God van de christenen. Toch lukte het niet, alle heidense mythen uit te roeien. Zij leefden verder, o.a. in de meiboom en in het gebruik om met palmpasen (zondag voor Pasen) groene takken te snijden en daarmee huis en kerk te versieren. In Nederland kennen we de palmpasenstok, een houten kruis, versierd met gekleurde repen papier en en een broodhaantje aan de top gespietst. Daarmee trekken de schoolkinderen door de wijk. Hier heeft een vermenging van een heidens gebruik met de herinnering aan de intocht van Jezus in Jeruzalem plaats gevonden. Oorspronkelijk werden met deze kruisen (levensroeden) de velden versierd als bescherming tegen een misoogst. palmpasenoptocht

In sprookjes veranderde de levensroede in de toverstaf. Daarmee kon diegene, die er macht over had, dood of leven schenken. De toverstaf leeft verder in de scepter van koningen (symbool van macht) en het gezegde "over iemand de de staf breken" ten  teken dat de levensroede de veroordeelde niet meer kan helpen.

Startpagina