Wilde Wingerd

 

Parthenocissus quinquefolia (bot.)

Virginian creeper, woodbine, five-finger-ivy (Eng.)

Vigne vierge (Frans)

Wilder Wein, Jungfernrebe (Duits)

 

Itaceae Ė wijnstokfamilie

 

Van een wandeling in de Ardennen heb ik eens enkele stekjes van de daar in het wild groeiende wingerd meegenomen. Eťn daarvan heeft het in onze tuin gehaald en groeit nu sinds enkele jaren langs de achtermuur van het huis tussen de oude, grootbladige wingerd, maar op een andere manier. Hij hecht zich niet met zuignapjes aan de muur of de houten kozijnen. De wilde wingerd groeide in de Ardennen met lange dunne takken zonder zuignapjes over een groep struiken heen. Het was herfst, dus de bladeren waren fel rood gekleurd. Hij heeft takken van andere planten nodig voor houvast. De bladeren zijn klein en eerder gekleurd dan die van geteelde, Japanse wingerd.

bloemen

 

Sorten

Er zijn 15 wingerdsoorten bekend. Zij groeien in de gematigde zones van Oost-AziŽ en Noord-Amerika. In Europa kennen we vooral 2 soorten:

1. Parthenocissus quinquefolia die inheems is in bossen en op rotsen in Noord-Amerika van Quebec tot Florida en Mexico. Het is daar een weelderige plant die met slingerende ranken 20 m of hoger kan klimmen.

2. Parthenocissus tricuspidata die algemeen voorkomt in Japan en Korea op rotsen en in bossen tot een hoogte van 1200 m. Hij hecht zich met ronde zuignapjes vast.

De wilde wingerd werd in 1622 uit Noord-Amerika in Europa ingevoerd. Sindsdien werden variŽteiten gekweekt: met groter en gekartelde bladranden, bonte soorten (groengeel gevlekt), soorten die eerder in het najaar kleuren of later en die zich allemaal met zuignapjes aan muren of schuttingen hechten.

Maar de echte wilde kleinbladige wingerd vinden we in bossen en struwelen als bodembedekker of klimmend langs boomstammen en over struiken.

 

Naamgeving

De botanische naam is afgeleid van het Griekse woord parthenos wat maagd betekent en kissos = klimop. Quinquefolia betekent vijfblad. Het Nederlandse woord wingerd is een verkorting van wijngaard. Dit heeft betrekking op de verwantschap met de wijnstok.

 

Plantkenmerken

Parthenocissus quinquefolia heeft vijfvingerige, Parthenocissus tricuspidata drievingerige bladeren. Tijdens de zomer verschijnen tussen het loof geelgroene bloemtrossen die nectar leveren voor bijen, hommels en andere insecten. Hieruit ontwikkelen zich erwtengrote, blauwzwarte bessen, die een lekkernij voor vogels zijn ( vooral voor merels, eksters en duiven). Voor mensen zijn deze bessen ongenietbaar, zelfs licht giftig (vooral voor kinderen).

De bladeren kleuren in het najaar fel rood, geel en oranje.

wilde wingerd in een den

 

 

Standplaats

De wingerd groeit op schaduwrijke en zonnige plekken. Op zonnige plekken wordt de herfstkleur intensiver. Wat de bodem betreft, stelt hij niet veel eisen. Hij groeit overal.

 

 

 

 

 

wilde wingerd over rotsen   

 

 

Startpagina